Op zoek naar het thema van de groep en de deelnemers
31 juli 2014 
4 min. leestijd

Op zoek naar het thema van de groep en de deelnemers

Jarenlang heb ik tot volle tevredenheid getraind vanuit de vraag: wat heeft deze groep nodig aan kennis, vaardigheden, houding en hoe kan ik daarbij aansluiten? Ik bekeek in welke fase van het groepsproces ze zaten en paste daar ook mijn werkwijze op aan. Niks mis mee zou je zeggen. Klopt, ik geef ook veel goede trainingen.

Excellente trainers doen meer: ze gaan op zoek naar het thema van de groep en de deelnemer.

Een thema kan bijvoorbeeld zijn: mag ik gezien worden? De thema’s raken aan de basisverlangens en behoeften van mensen. Dat gaat dieper dan de vraag wat ze nodig hebben aan kennis, vaardigheden, houding. Zodra de trainers hun eerste kennismaking met de deelnemers hebben, soms al in een intakegesprek, stellen ze zich de vraag: wat is hier het thema?

Wat levert het op deze vraag te stellen?

Kort gezegd: gerichte, doeltreffende interventies die meer teweeg brengen dan een themaloze aanpak. Het thema is leidraad en richtsnoer. De beperking die ze zichzelf oplegden was het contract dat ze met de deelnemers en groep gesloten hadden. Je kunt nog zo goed het thema kunnen duiden van de groep of een deelnemer, als je geen contract hebt om daarmee te werken doe je daar niks mee.

Een voorbeeld van het werken vanuit het thema

Het is een tweedaagse training voor docenten. Het onderwerp was hoe om te gaan met lastige situaties. Startpunt waren de eigen voorbeelden. Het gaat niet makkelijk, deelnemers komen met dramatische voorbeelden of houden zich op de vlakte. In een pauze komt de trainer bij me zitten. Wat zie jij nou, vraagt ze, wat is het thema van deze groep? Pffffff, voor het blok gesteld. Ik ga razendsnel bij mezelf na wat ik gemerkt en gevoeld heb. Onmacht, frustratie, betrokkenheid, voorzichtigheid. Ik zeg dan: ze willen zo graag, maar ze denken dat ze niks kunnen. Ze zitten midden in de dramadriehoek. De trainer knikt: Ja zegt ze, ze maken het veel te groot. Het thema van deze groep is onmacht. Ze willen het graag zo goed doen voor de leerling. Ze hebben het gevoel dat ze falen. Ze moeten leren het klein te maken. Dan pas kunnen ze werkelijk invloed hebben.

Nu we het thema benoemd hebben ga ik anders kijken naar wat er gebeurt in de groep. Wat als je zegt dat het thema onmacht is, met het onderliggend verlangen het goede te doen voor de leerling? Hoe laat je ze het patroon zien waar ze in zitten? De trainer doet verschillende interventies. De één slaat meer aan dan de ander. Maar allemaal zijn ze erop gericht om het ‘klein’ te maken en dus te erkennen dat we het zelf niet allemaal kunnen oplossen voor de leerling. En dat dat pijnlijk, verdrietig kan zijn.

Stel dat het thema niet benoemd was en als leidraad diende?

Dan hadden we waarschijnlijk allerlei oplossingen verzonnen maar de kern niet geraakt. Want de kern was het verdriet dat het je niet gelukt is. Zodra dat verdriet naar buiten mag komen komt er ruimte voor wat dan wel kan. In dit voorbeeld kwam er ruimte bij de docenten om de eigen bijdrage inderdaad ‘klein’ te maken. Te richten op de mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. Dat gaf veel energie en saamhorigheid.

Ik vond het mooi te zien dat het thema voor jezelf benoemen en van daaruit werken een heel ander effect heeft dan te zeggen:’ laten we ons richten op de mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden.’ Dat weten we tenslotte allemaal heus wel!

Ontdek zelf het thema

Dankzij het modelleren kunnen we achterhalen hoe excellente trainers het thema bepalen, ontdekken. Wil je dat zelf ook kunnen dan geef ik je hierbij de nodige tips, ontleend aan wat excellente trainers doen.

✔ Zorg dat je weet wat je eigen thema’s zijn. Anders zou je je eigen thema’s kunnen projecteren op de groep. Je kunt ervoor in therapie gaan, of aan zelfreflectie doen. Stel dan jezelf de vragen: wat is voor mij belangrijk als ik naar een groep kijk? Wat wil ik vooral wat er niet gebeurt? Waar ben ik bang voor? In welke conflicten verzeil ik steeds weer? Wat ga ik uit de weg? Voel je eigen thema’s goed in je lichaam. Waar zitten ze? Dat is nodig om straks te onderscheiden of iets alleen je eigen thema is of ook van de ander.

✔ Als je de deelnemers ontmoet, signaleer dan bij jezelf welk gevoel de ander bij je oproept. Heeft het te maken met je eigen thema, wees dan kritisch. Is het echt iets van die ander of toch eigenlijk stiekem van jou? Hoor wat de ander zegt. Luister ook naar wat de ander niet zegt. Kijk naar hoe de ander zit, loopt, praat, kijkt. Voel bij jezelf weer wat dat oproept.

✔ Als je in de groep zit, ervoor staat, signaleer hoe je je voelt en in hoeverre dat met jou dan wel de groep te maken heeft. Let op spanningen. Spanningen zijn indicaties voor de thema’s. Wat mag hier wel en niet gezegd worden? Waar wordt lacherig over gedaan? Hoe zitten ze erbij? Wat voor energie zit er in de groep? Spanningen kun je zien, horen, ruiken, proeven, voelen. Benoem ze niet hardop, maar neem ze waar.

✔ Integreer nu al die indrukken. Stel daarvoor jezelf de vraag: wat is het thema van deze groep? Probeer verschillende antwoorden uit en proef, voel, hoor welke voor jou het meest klopt. Als je een volmondig ja hebt van jezelf, voelt dat het goed is, hanteer dan het thema en het bijbehorende verlangen als leidraad voor je interventies.

Tenslotte, zoals Cruijff zegt:

‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’

 

Trainer voelt nattigheid

Tekening: Mark de Koning

 

Over de schrijver
Vol vertrouwen en voluit leven en werken. Op je eigen manier.
Reactie plaatsen

Heb je  vragen, ideeën, zin om te overleggen?